Collegeprogramma 2026-2030

Na de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026 is een nieuwe gemeenteraad en college van burgemeester en wethouders geïnstalleerd. Het college is samengesteld op basis van een coalitie tussen de fracties Samenwerking Reusel-De Mierden en CDA Reusel-de Mierden. Deze partijen hebben hun ambities voor de jaren 2026-2030 op hoofdlijnen vastgelegd in het coalitieakkoord dat op 26 mei 2026 is aangeboden aan de gemeenteraad. Op basis hiervan is door het college een meerjarig uitvoeringsprogramma opgesteld in de vorm van een collegeprogramma. Het collegeprogramma, getiteld 'Samen bouwen aan de toekomst', bevat de nadere uitwerking op de aspecten te bereiken resultaten, inhoud en planning. Benieuwd naar de plannen? Op deze pagina kun je het volledige collegeprogramma lezen. Wil je liever het Pdf-bestand openen? Kijk dan onderaan de pagina.

Het collegeprogramma is in juli 2026 opgesteld en richtinggevend op hoofdlijnen met de informatie die op dat moment bekend is. Ontwikkelingen in en buiten onze gemeente kunnen leiden tot een tussentijdse bijstelling van doelen en plannen. Dit komt dan tot uitdrukking in de jaarlijkse programmabegroting. Op enkele onderdelen zijn beleidsindicatoren toegevoegd die betrekking hebben op het genoemde onderwerp. Door deze cijfers inzichtelijk te maken, is het mogelijk om na verloop van tijd te zien wat de resultaten zijn van de gekozen ambities.

Het college wil met dit collegeprogramma aan de raad een leidraad bieden voor zijn kaderstellende en controlerende rol. Voor het college is het programma sturend voor de meerjarenplanning. In die zin vormt het gedeeltelijk de basis voor het opstellen van de jaarlijkse programmabegrotingen. Daarin komen naast de onderwerpen uit dit collegeprogramma, ook andere onderwerpen aan bod die specifiek voor dat jaar qua begroting aan de orde zijn.

Bestuurlijke koers

Reusel-De Mierden is een gemeente met een sterk sociaal karakter, actieve gemeenschappen en een hoge betrokkenheid van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Tegelijkertijd staan we, net als veel andere gemeenten, voor grote en complexe opgaven.

De huidige situatie vraagt om realisme en focus. We hebben te maken met een geopolitieke situatie die vraagt om een wendbare lokale overheid. Financiële druk, uitdagingen in het sociaal domein, woningbouwopgaven en netcongestie hebben daarbij onze prioriteit. Ook thema’s als leefbaarheid, veiligheid, bereikbaarheid en het behoud van voorzieningen vragen om voortdurende aandacht. In deze context kiezen wij voor een aanpak die nuchter, uitvoerbaar en toekomstgericht is. We bouwen voort op wat goed gaat en sturen bij waar dat nodig is.

Onze basis blijft de visie “Samen Doen!”. Dit betekent dat we als gemeente midden in de samenleving staan, actief samenwerken met inwoners en partners en ruimte bieden aan initiatieven van onderop. Participatie is daarbij geen sluitstuk, maar een vanzelfsprekend onderdeel van ons handelen. We investeren in een open en begrijpelijke communicatie, waarbij we niet alleen informeren, maar ook het gesprek aangaan en zichtbaar maken wat we met inbreng doen.

De komende vier jaar zetten we in op een betrouwbare en toegankelijke gemeente met een sterke, toekomstbestendige organisatie. We zorgen voor goede dienstverlening, duidelijke processen en een veilige werkomgeving voor onze medewerkers, die elke dag het verschil maken voor onze inwoners. Tegelijkertijd werken we aan een financieel gezonde huishouding, waarin we zorgvuldig omgaan met middelen en prioriteiten stellen. Als we alle ambities uit het coalitieakkoord willen uitvoeren, dan kost dit extra geld. Dit betekent ook dat er keuzes gemaakt moeten worden.

Inhoudelijk richten we ons op het versterken van de brede welvaart in onze gemeente. Dat betekent o.a. het realiseren van voldoende en passende woningen, het versterken van de sociale samenhang, stimuleren van ontmoeting en het ondersteunen van kwetsbare inwoners die dat nodig hebben. We investeren in een veilige leefomgeving, verkeersveiligheid en bereikbaarheid en zorgen voor een kwalitatief goede openbare ruimte waarin beleving en gebruik centraal staan. Ook werken we aan een toekomstbestendige economie, waarin ondernemers de ruimte krijgen om te vernieuwen. We zetten in op de ontwikkeling van bedrijventerreinen en het benutten van kansen voor regionale samenwerking en externe middelen. Daarnaast zetten we stappen op het gebied van duurzaamheid en klimaat. We kiezen voor een realistische en haalbare aanpak, met aandacht voor energiebesparing, lokale initiatieven en klimaatadaptatie. Tegelijkertijd blijven we oog houden voor de kwaliteit van onze kernen en het buitengebied, die belangrijke dragers zijn van onze identiteit.

Dit collegeprogramma is geen optelsom van losse maatregelen, maar een samenhangend geheel van keuzes die bijdragen aan een sterk, leefbaar en toekomstbestendig Reusel-De Mierden. Met oog voor onze schaal, onze kracht en onze inwoners zetten wij ons de komende vier jaar in om deze ambities waar te maken, zodat we samen verder bouwen aan de toekomst van onze mooie gemeente.

Ondertekend namens het college van burgemeester en wethouders,

Dhr. J.P.P.S. Ruyters, secretaris.

Mw. A.J.M.H. van de Ven, burgemeester.

Programma 0. Bestuur en ondersteuning

0.1 Bestuur en organisatie

  1. De gemeente is betrouwbaar, transparant en toegankelijk. Bestuur en organisatie staan midden in de samenleving en werken dienstbaar voor onze inwoners.
  2. Om onze ambities waar te maken is een robuuste, toekomstbestendige gemeentelijke organisatie noodzakelijk. Hiervoor investeren wij in:
    • Voldoende capaciteit en vakmanschap;
    • Duidelijke rollen en verantwoordelijkheden;
    • Een veilige werkomgeving waarin intimidatie en agressie niet worden geaccepteerd.
  3. Als gemeentebestuur staan wij zichtbaar achter onze medewerkers.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Een betrouwbare, transparante en toegankelijke gemeente zijn, die dicht bij haar inwoners staat.
    • We organiseren een open dag in het gemeentehuis om inwoners en potentiële medewerkers inzicht te geven in wat we doen en hoe we als organisatie zijn georganiseerd;
    • We gaan vergaderingen van de raad en commissies, indien mogelijk, meer op locatie organiseren.
  2. Een robuuste, toekomstbestendige en veilige gemeentelijke organisatie zijn die haar ambities kan waarmaken
    • We investeren in de ontwikkeling van onze medewerkers als individu en binnen het team (opleidingsplan, competentiemanagement) en om kennis en kunde binnen de organisatie te hebben en houden (binden en boeien van medewerkers);
    • We sturen om te zorgen dat de capaciteit in gezonde overeenstemming is met onze ambities. Dit doen we door het steeds beter plannen en programmeren van de werkzaamheden in teamplannen en projectplannen;
    • We gaan het gemeentehuis een eigentijdse uitstraling geven;
    • We zorgen voor een veilige werkomgeving voor onze medewerkers (maatregelen, training) en maken onze omgangsregels ook kenbaar aan het publiek.

0.2 Dienstverlening

  1. We voldoen aan onze servicenormen: 'We zeggen wat we doen en doen wat we zeggen'. Inwoners mogen rekenen op betrouwbare dienstverlening en communicatie met een duidelijk verwachtingspatroon.
  2. We reageren altijd en adequaat op vragen en verzoeken van inwoners en ondernemers en verschaffen daarbij duidelijkheid over de voortgang van het proces.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Betrouwbare dienstverlening leveren volgens duidelijke servicenormen:
    • Naast digitale mogelijkheden, blijft persoonlijk contact altijd mogelijk;
    • We houden een dienstverleningsonderzoek onder inwoners om een nulmeting te hebben op het gebied van inwonerstevredenheid. Daarna gaan we om de drie jaar een inwonerstevredenheidsonderzoek uitvoeren om dit te blijven monitoren.
  2. We zorgen dat vragen en verzoeken van inwoners en ondernemers tijdig en adequaat worden opgepakt en doen onderzoek naar een 'MijnGemeente'-omgeving waarin een inwoner of ondernemer de status van zijn aanvraag kan volgen.

0.3 Regionale samenwerking

  1. We werken samen wanneer dit aantoonbaar bijdraagt aan kwaliteit, leefbaarheid of uitvoeringskracht: Samenwerking is een middel, geen doel op zich.
  2. Gemeenschappelijke regelingen worden kritisch gevolgd en periodiek geëvalueerd, waarbij de gemeenteraad tijdig wordt geïnformeerd over keuzes en financiële gevolgen.
  3. We zetten actief in op het binnenhalen van regionale middelen (MRE gelden) en bovenregionale middelen (Provincie, Rijk en EU) om projecten te realiseren.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Gericht samenwerken met partners als dit meerwaarde heeft voor onze gemeente:
    • Doorontwikkelen van de samenwerking binnen de Kempengemeenten door o.a. opvolging te geven aan het onderzoek 'Samenwerken in een nieuwe context';
    • Een vervolg geven aan de Kempische Ontwikkelstrategie;
    • Beter positioneren van onze gemeente binnen het K80-netwerk (netwerk van kleine gemeenten) en binnen Brainport, MRE en Kempengemeenten op de thema's mobiliteit, economie, energietransitie, ruimte en wonen en vitaal platteland;
    • Benutten van samenwerking met Provincie, Rijk en grensoverschrijdend met België.
  2. Waarborgen van transparant en kritisch toezicht op samenwerkingsverbanden door samen met de raad een visie op samenwerken met verbonden partijen op te stellen.
  3. Actief extra financiële middelen verwerven om gemeentelijke projecten te realiseren. Hiervoor continueren we de samenwerking met een subsidie adviesbureau en leggen we daarbij extra focus op het verwerven van beschikbare middelen binnen de MRE, Provincie, Rijk en EU.

0.4 Inwonersparticipatie

  1. De organisatievisie "Samen Doen!" blijft richtinggevend.
  2. Participatie wordt structureler en gelijkwaardiger, zodat inwoners op eenvoudige wijze kunnen meedenken en meepraten. Daarbij kijken we naar welke vorm en middelen passend zijn bij het onderwerp en de doelgroep. We zenden niet alleen informatie, maar investeren in het voeren van een actieve dialoog met onze inwoners. Daarbij geven we terugkoppeling over wat er met hun inbreng is gedaan.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. De organisatievisie "Samen Doen!" blijft de basis voor het handelen van de organisatie. We geven uitvoering aan de kernwaarden van "Samen Doen!" en hebben en houden hiervoor aandacht in het dagelijkse werk.
  2. Een actieve dialoog met inwoners voeren en passende vormen van participatie realiseren:
    • We stellen een participatieverordening op waarin we onze werkwijze vastleggen;
    • We schaffen een participatieplatform aan en richten deze in zodat we onze inwoners en ondernemers beter kunnen informeren over onze projecten;
    • We stellen een participatieaanjager aan die onze medewerkers ondersteunt met het inrichten van goede participatietrajecten, het gebruik van het participatieplatform en participatie verder inbedt binnen de organisatie.

0.5 Communicatie

  1. Heldere communicatie zorgt ervoor dat inwoners weten wat de gemeente doet, waarom en wat dit voor hen betekent. We informeren onze inwoners actief en communiceren in begrijpelijke taal en met toegankelijke communicatiemiddelen, die aansluiten bij de behoeften van onze inwoners.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Realiseren van begrijpelijke en toegankelijke communicatie met onze inwoners:
    • We zetten in op meer visuele, lokale communicatie in de vorm van bijvoorbeeld animatie, explainers (uitlegvideo's), foto en film en gerichte communicatie aan doelgroepen;
    • Bij het vernieuwen van de website wordt kunstmatige intelligentie (AI) onderdeel van de website, met voor bezoekers een intelligente zoekfunctie en voor beheer het meer automatisch genereren van content.

0.6 Digitalisering

  1. We investeren in:
    • Informatieveiligheid en cyberweerbaarheid;
    • Een informatiehuishouding die op orde is;
    • Een verantwoorde inzet van digitale middelen, gebruik van data en kunstmatige intelligentie (AI).

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Een veilige, betrouwbare en toekomstbestendige informatievoorziening en verantwoord benutten van nieuwe digitale mogelijkheden binnen de gemeentelijke organisatie:
    • We benutten bij voorkeur samen met andere gemeenten de kansen om nieuwe digitale middelen toe te passen die de dienstverlening ten goede komen;
    • Er is extra formatie nodig om het toenemende aantal Woo-verzoeken (Wet open overheid, een wettelijke verplichting) te kunnen behandelen om bij ontwikkelingen op het gebied van digitale dienstverlening (zoals AI, MS365) te kunnen aansluiten en dit binnen de organisatie verder te implementeren;
    • Verplichte training AI geletterdheid organisatie in het kader van de Europese AI-verordening;
    • Verplichte training college in het kader van de Cyberbeveiligingswet;
    • Onderzoek doen naar een geschikt platform om de verplichte categorieën Woo actief openbaar te maken;
    • De mogelijkheden onderzoeken om vanuit het zaaksysteem de ‘MijnGemeente’ omgeving te faciliteren (zie punt: Dienstverlening);
    • Nieuwe wettelijke verplichtingen (Cyberbeveiligingswet en Archiefwet 2026) vragen om het aantoonbaar voldoen aan gestelde normen en het beheersen van risico’s. Hiervoor richten we organisatiebreed een risicoregister in om systematisch de aanpak van informatiebeveiliging te borgen.

0.7 Financiën

  1. We blijven werken aan een financieel gezonde gemeente. De gemeenteraad wordt tijdig geïnformeerd over wijzigingen in de financiële situatie, zodat we waar nodig kunnen bijsturen. We zijn terughoudend met nieuw beleid, gezien de gemeentelijke financiële situatie.
  2. We hanteren als uitgangspunt dat gemeentelijke lasten uitsluitend worden aangepast conform de inflatie (indexering). Structurele lastenverhogingen boven indexering zijn alleen aan de orde indien:
    • Deze aantoonbaar noodzakelijk zijn voor het in stand houden van het voorzieningenniveau;
    • Eerst aantoonbaar is gestuurd op kostenbeheersing en efficiency;
    • Alternatieve dekkingsbronnen, waaronder reserves, zijn afgewogen. 
  3. We voeren geen plannen uit zonder dekking en gaan daarbij uit van realistische ramingen.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Een financieel gezonde gemeente behouden en de raad hierover tussentijds informeren via de P&C cyclus. We wegen nieuw beleid goed af om een structureel sluitende begroting te behouden.
  2. Alleen gemeentelijke lasten verhogen als dit aantoonbaar noodzakelijk en verantwoord is.
    • Belastinginkomsten zijn kostendekkend en sluiten zoveel als mogelijk aan bij de landelijke gemiddelden;
    • Bij nieuwe plannen kijken we naar algemene dekkingsmiddelen (bv. oud voor nieuw), mogelijkheden voor extra financiering (subsidies) en reserves.
  3. Alleen plannen realiseren met voldoende dekking. We zorgen voor financieel goed onderbouwde projectplannen en budgetten.
     

Programma 1. Veiligheid

1.1 Crisisbeheersing en weerbaarheid

  1. Versterking van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht is noodzakelijk. We investeren in:
    • Het vergroten van de zelfredzaamheid en digitale weerbaarheid van onze inwoners;
    • Plannen in geval van langdurige crises (energie, water, ICT);
    • Noodsteunpunten.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht, zodat inwoners en de gemeente beter voorbereid zijn op crises en verstoringen.
    • We gaan het gesprek aan met onze inwoners over het thema (digitale) weerbaarheid door het organiseren van bijeenkomsten;
    • We stellen een plan van aanpak op voor langdurige stroomuitval en houden dit actueel;
    • We geven uitvoering aan de handreiking van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost voor het inrichten van noodsteunpunten;
    • We stellen samen met de Kempengemeenten een plan van aanpak op en geven invulling aan de VNG-handreiking 'Weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau'.

1.2 Openbare orde en veiligheid

  1. We zetten in op het versterken van de sociale samenhang en veiligheid in de buurt. We hebben oog voor elkaar en letten ook op elkaar zodat de veiligheid wordt bevorderd door effectieve sociale controle.
  2. Samen met inwoners, ondernemers, verenigingen, onderwijs, zorgpartners en politie werken we aan het vroegsignaleren van problemen.
  3. We richten de openbare ruimte zodanig in dat zowel de fysieke veiligheid als het gevoel van veiligheid wordt bevorderd.
  4. Veiligheid en leefbaarheid vragen om zichtbare en effectieve handhaving, waarbij de gemeente tijdig en adequaat ingrijpt bij overlast of gevaar. We blijven inzetten op:
    • De aanpak van ondermijning, met extra aandacht voor het buitengebied;
    • Een gerichte aanpak van jeugdproblematiek;
    • Casus- en procesregie op het gebied van zorg en veiligheid.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Versterken van sociale samenhang en veiligheid in buurten door het organiseren van acties en bijeenkomsten over buurtpreventie.
  2. Tijdig signaleren en aanpakken van problemen door intensieve samenwerking met inwoners en ketenpartners.
    • We verhogen de meldingsbereidheid door het inrichten van een meldpunt op onze website. Daarnaast houden we 'Meld Misdaad Anoniem' onder de aandacht bij onze inwoners;
    • We houden aandacht voor een goede lokale en regionale samenwerkingsstructuur en de relatie tussen veiligheid en zorg en continueren hiervoor bestaande samenwerkingen zoals het zorg- en veiligheidsoverleg, het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) en het Zorg- en Veiligheidshuis.
  3. We hebben oog voor een openbare ruimte die de fysieke veiligheid én het veiligheidsgevoel versterkt en houden bij de inrichting hiervan rekening met keuzes qua verlichting, meubilair en groen.
  4. Zichtbare en effectieve handhaving en een gerichte aanpak van onder andere ondermijning en jeugdproblematiek.
    • Ondermijning en jeugdproblematiek zijn prioriteiten / thema’s in het Integraal Veiligheidsplan de Kempen (IVP). Daarnaast leveren we procesregie in zorg- en veiligheidscasuïstiek;'
    • We stellen beleid op rondom het AVE-model (wie heeft welke rol bij de Aanpak Voorkomen Escalatie) en implementeren dit om complexe casuïstiek in het sociaal domein en/of de veiligheidsketen adequaat aan te pakken.

Programma 2. Verkeer, vervoer en bereikbaarheid

2.1 Verkeersveiligheid

  1. Verkeersveiligheid in de breedste zin van het woord heeft prioriteit, met extra aandacht voor:
    • Schoolroutes en de directe schoolomgeving;
    • Fietsers, voetgangers en mindervaliden (langzaam verkeer);
    • Het weren van zwaar verkeer uit kernen, waarop verkeersverbindingen in het buitengebied afgestemd moeten worden; 
    • Robuuste fysieke maatregelen en herinrichting van de omgeving om de leefkwaliteit te bevorderen (sturen van gedrag middels inrichting openbare ruimte);
    • Zichtbare verkeershandhaving.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Verkeersveiligheid heeft prioriteit, met specifieke aandacht voor kwetsbare verkeersdeelnemers, een passende duurzame inrichting van de omgeving en zichtbare handhaving.
    • We realiseren op projectmatige basis schoolzones in het kader van de verkeersveiligheid rondom scholen;
    • We creëren verkeersveilige oversteekplaatsen in reconstructieprojecten;
    • We continueren verkeerseducatie voor kwetsbare verkeersdeelnemers;
    • We regelen alternatieve routes voor zwaar verkeer en landbouwverkeer buiten de kernen om, voordat we de dorpskernen (herinrichtingsprojecten per kern) aanpakken:
      • Dorpsplan Lage Mierde (in afronding);
      • Zwaar- en landbouwverkeersroutes Hooge Mierde;
      • Dorpsplan Hooge Mierde;
      • Zwaar- en landbouwverkeersroutes Hulsel;
      • Haalbaarheid afkoppeling Water Dorpsplan Hulsel;
      • Dorpsplan Hulsel;
      • Zwaar- en landbouwverkeersroutes Reusel;
      • Herinrichting Wilhelminalaan deel 1 + snelfietsroute F67;
      • Herinrichting Wilhelminalaan deel 2 (tussen rotonde en komgrens Turnhoutseweg);
      • Herinrichting Kerkstraat Reusel.
    • Vrijliggend fietspad Hamelendijk-Weijereind. Fietsverkeer Sleutelstraat mogelijk via nieuwbouwplan Braaksche Akkers.

2.2 Mobiliteit en infrastructuur

  1. Goede bereikbaarheid is een randvoorwaarde voor leefbare dorpen. We investeren in:
    • Veilige en goed onderhouden fietsverbindingen tussen de kernen;
    • Samen met de regio en provincie zetten wij in op adequate busverbindingen vanuit de kernen van en naar Tilburg, Eindhoven en Turnhout zodat inwoners met het openbaar vervoer kunnen reizen;
    • Onderzoek naar nieuwe verbindingen en aansluitingen op wegen, ter bevordering van de leefbaarheid en verkeersveiligheid.
  2. De gemeente blijft middels lobby actief inzetten op het realiseren van een aansluiting op de A67.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Goede bereikbaarheid van de dorpen door te investeren in veilige verbindingen en passende openbaar vervoer- en infrastructuuroplossingen.
    • We actualiseren de Kempische mobiliteitsstrategie in samenwerking met de andere Kempengemeenten;
    • We zetten in op het behouden van adequate busverbindingen via de Concessie Oost-Brabant (richting Tilburg) en Zuid-Oost Brabant (richting Eindhoven) en de buslijn naar Turnhout (België);
    • We weren het doorgaande verkeer in de kern van Reusel en stimuleren mensen om meer via de randweg te rijden;
    • We realiseren samen met Bladel de aansluiting van de Hallenstraat op de N284.
  2. Verbeteren van de regionale bereikbaarheid door aandacht te blijven vragen voor het realiseren van de aansluiting op de A67 waarvan het onderzoek is opgenomen in het Meerjarig Multimodaal Mobiliteitspakket (MMMP) van de MRE.

Programma 3. Economie

3.1 Economische ontwikkeling

  1. Ondernemers zijn de motor van onze gemeente. 
  2. We versterken de economische regierol van de gemeente door meedenkend en benaderbaar te zijn en het ondernemerscontact meer te professionaliseren volgens de visie 'Samen Doen!'

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. De lokale economie en het ondernemersklimaat versterken.
    • We organiseren de Dag van de Ondernemer en professionaliseren dit verder met de ondernemersvereniging (ORM);
    • We hebben structureel overleg met Visit Reusel-De Mierden en haken aan op succesvolle regionale projecten (zoals De Digitale Tafel);
    • We versterken de samenwerking met ondernemers door regelmatig overleg met de ondernemersvereniging (ORM);
    • We realiseren de onderwerpen uit het Uitvoeringsprogramma Waardevolle Recreatie en Toerisme in de Brabantse Kempen 2026-2030.
  2. Versterken van de relatie met ondernemers.
    • De beleidsadviseurs Economie en Vrijetijdseconomie zijn de verbindende schakel en fungeren als eerste aanspreekpunt tussen de gemeente en lokale ondernemers;
    • Het college bezoekt bedrijven door het jaar heen en tijdens de Dag van de Ondernemer;
    • We actualiseren diverse economische visies in de Kempen naar een gezamenlijke Kempische Economische Visie.

3.2 Bedrijventerreinen

  1. Leegstand (bedrijventerreinen en centrum) wordt actief tegengegaan via herbestemming of maatwerk, waarbij we kansen benutten als deze zich voordoen.
  2. Doorontwikkeling van de volgende fasen van bedrijventerrein Kleine Hoeven heeft prioriteit. Daarbij is aandacht voor:
    • Bereikbaarheid;
    • Energievoorziening (besparen, opwekken, delen, opslaan) en duurzaamheid.
  3. We blijven ons in regionaal verband inzetten voor de realisatie van een Kempisch Bedrijven Park 2 (KBPII).

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Tegengaan van leegstand door in te zetten op maatwerkoplossingen, waarbij de rol van de gemeente zich beperkt tot meedenken en faciliteren. Waar sprake is van toekomstige kansen tot herontwikkeling, zullen we deze initiëren.
  2. Bedrijventerrein Kleine Hoeven nog verder uitbreiden.
    • We starten het onderzoek naar mogelijkheden voor verdere uitbreiding van Kleine Hoeven;
    • We zetten in op kwalitatieve groei in plaats van maximale verdichting en houden bedrijventerreinen aantrekkelijk, veilig en bereikbaar;
    • We ondersteunen op bedrijventerreinen initiatieven voor energie delen, opslaan en opwekken en verkennen collectieve oplossingen zoals energiehubs (zie programma 7: Duurzaamheid, energie en klimaat).
  3. We blijven regionaal in gesprek over het realiseren van een tweede Kempisch Bedrijvenpark binnen de Kempengemeenten.

Programma 4. Onderwijs

4.1 Onderwijshuisvesting

  1. We behouden een basisschool als basisvoorziening in elke kern volgens de uitgangspunten van het Integraal Huisvestingsplan (IHP): Kwalitatief, duurzaam en betaalbaar.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Elke kern beschikt over een basisschool. Een basisschool vormt een belangrijke voorziening, niet alleen omdat zij plek biedt aan opgroeiende kinderen, maar ook omdat een school de levendigheid en de cohesie in een dorp bevordert. We gaan het Integrale Huisvestingsplan Onderwijs 2025-2041 in vier tranches uitvoeren. In het uitvoeringsplan 2026-2030 (eerste tranche) is de vervangende nieuwbouw opgenomen van drie scholen:
    • Clemensschool Hulsel;
    • De Akkerwinde Hooge Mierde;
    • De Torelaar Reusel.

4.2 Onderwijs en ontwikkeling

  1. We investeren in onderwijsachterstandenbeleid en ontwikkelingskansen van kinderen. Dit zodat taalachterstanden worden voorkomen, gelijke kansen worden bevorderd en elk kind zijn potentieel kan benutten.
  2. Om vroegtijdige ondersteuning aan kinderen te kunnen bieden, zetten we in op een goede samenwerking tussen onderwijs en jeugd- en zorgpartners.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Verstevigen van de doorgaande lijn voor 0-4 jarigen en gelijke kansen voor alle kinderen, zodat ieder kind zich optimaal kan ontplooien en met een sterke basis kan deelnemen aan het onderwijs.
    • We investeren in vroegtijdige signalering en ondersteuning van ontwikkelingsachterstanden, kwalitatief sterke voorschoolse educatie en een goede samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs, GGD en ouders;
    • We zetten in op actieve toeleiding naar voorschoolse educatie en zetten gerichte acties in waar deelname achterblijft.
  2. Versterken van de samenwerking tussen onderwijs en jeugd- en zorgpartners, zodat ondersteuningsvragen bij kinderen eerder worden gesignaleerd en sneller passende ondersteuning kan worden ingezet.
    • We bevorderen de deskundigheidsbevordering van professionals zodat zij ondersteuningsbehoeften eerder herkennen en kunnen handelen. Daarvoor versterken we de inzet van preventieve en lichte ondersteuning op scholen;
    • We zetten in op het verhogen van de sociale veiligheid op scholen (aanpak pesten, intimidatie en groepsdruk), onder andere met als doel om jeugdcriminaliteit tegen te gaan (zie programma 1. Veiligheid).

Programma 5. Sport, cultuur en recreatie

5.1 Sport

  1. Sport draagt bij aan gezondheid, ontmoeting en preventie in het sociaal domein.
  2. De gemeente neemt de regie door het gebruik van zowel de binnen- als buitensportaccommodaties met gebruikers, beheerders en exploitant(en) periodiek te evalueren en waar nodig bij te sturen.
  3. De gemeente blijft met sportverenigingen in gesprek over de sportparken en hun toekomst. Daarbij worden nadrukkelijk de jeugd(commissies) betrokken, zodat keuzes ook toekomstbestendig zijn.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Stimuleren van sportbeoefening als middel voor gezondheid, ontmoeting en preventie.
    • Met de inzet van 'Kempen in Beweging' versterken we de sportverenigingen en houden we sport voor iedereen toegankelijk, veilig en inclusief;
    • We zetten buurtsportcoaches structureel in voor het stimuleren van sport bij alle doelgroepen in de gemeente.
  2. Waarborgen van effectief gebruik van sportaccommodaties door regie en periodieke evaluatie. We zien toe op de uitvoering van afspraken gemaakt met exploitanten en beheerders en houden overleg met verenigingen die gebruikmaken van de binnensportaccommodaties.
  3. Realiseren van toekomstbestendige sportvoorzieningen door afstemming met de sportverenigingen. We hebben overleg met verenigingen die gebruikmaken van de buitensportaccommodaties.

5.2 Cultuur

  1. We ondersteunen en faciliteren culturele activiteiten, volksfeesten en tradities. Deze zijn belangrijk voor de lokale identiteit en zorgen voor verbinding.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Culturele initiatieven die zorgen voor verbinding en de lokale identiteit versterken.
    • We faciliteren culturele activiteiten binnen onze kernen door onder andere onze cultuurcoach hiervoor in te zetten;
    • We versterken de bibliotheek als toegankelijke ontmoetingsplek voor kennis, informatie, cultuur en verbinding om gelijke toegang voor iedereen te bevorderen.

5.3 Openbaar groen

  1. De openbare ruimte is meer dan alleen de fysieke onderhoudsstaat of het in stand houden van een bepaalde kwaliteit. Beleving is ook een belangrijke waarderingsfactor. We houden de organisatie en uitvoering van het groenbeleid tegen het licht en kijken daarbij ook naar de juiste invulling hiervan.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. De belevingswaarde van de openbare (groen)inrichting verbeteren binnen de bestaande (groen)beleidskaders 2022-2031.
    • We actualiseren de digitale groenbeheergegevens gecombineerd met de opname van een meerjarig vervangingsplan;
    • We geven extra informatie over het groenbeleid en de onderhoudsbeelden, evalueren de uitvoering en sturen waar nodig bij;
    • Naast beeldbepalende locaties, kernen en reconstructieprojecten leggen we de focus op vervanging/omvorming van versleten en/of onderhoudsintensieve beplantingen in de woonwijken;
    • Bij vergroenings- of vervangingsprojecten implementeren we klimaatadaptieve maatregelen.
  2. Een veilig ingerichte openbare ruimte die ook als zodanig wordt beleefd. Bij (her)inrichting maken we, mede op basis van de groenstructuurkaart, meer strategische ontwerpkeuzes.

5.4 Recreatie

  1. Verschillende vormen van recreatie in de gemeente hebben meerwaarde voor inwoners én bezoekers.
  2. De openbare ruimte in de kernen wordt actiever ingericht op meer bewegen en ontmoeting. Recreatief medegebruik van het buitengebied is mogelijk waar dit past in de omgeving.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Behouden en indien nodig verbeteren van de kwaliteit van de recreatieve routenetwerken (wandelen, fietsen, paardrijden, mountainbiken).
    • We maken de routenetwerken en waardevolle elementen meer zichtbaar en toegankelijker voor bewoners en bezoekers. Dit doen we door nieuw te ontwikkelen (thema)routes te verbinden met bestaande objecten en gebieden, zoals op het gebied van erfgoed (grafheuvel), groen, natuur, kunst en cultuur;
    • We onderzoeken de mogelijkheid voor een mountainbikeroute (MTB-route) in Hooge Mierde, als mogelijke verbindingsroute met andere MTB-routes in bijvoorbeeld Arendonk en andere Kempengemeenten;
    • We realiseren het eerste Kronkelpad en onderzoeken de mogelijkheid voor de aanleg van een tweede Kronkelpad in de gemeente.
  2. Bevorderen van bewegen en ontmoeting door een actiever ingerichte openbare ruimte. Bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken worden speel- en spelvoorzieningen die uitnodigen tot bewegen en ontmoeten meegenomen.

Programma 6. Sociaal domein

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

  1. We vinden het belangrijk dat inwoners naar elkaar omkijken. Sociale cohesie zorgt voor sterke buurten en netwerken, waar signalen eerder worden opgepakt.
  2. We kiezen voor een lokale aanpak tegen eenzaamheid, zodat meer inwoners zich gezien voelen en meedoen in de samenleving.
  3. Verenigingen en vrijwilligers zijn de ruggengraat van onze samenleving en worden actief ondersteund. Daarbij is extra aandacht voor activiteiten die voor en door jongeren worden georganiseerd.
  4. Inclusie is geen apart project maar een houding, zodat iedereen echt mee kan doen. Investeringen in voorzieningen worden getoetst op:
    • Fysieke en digitale toegankelijkheid;
    • Gebruik door meerdere doelgroepen (multifunctioneel).
  5. We behouden en versterken een gemeenschapshuis/ontmoetingsruimte als basisvoorziening in elke kern. De gemeente houdt daarbij de vinger aan de pols door het gebruik en de exploitatie periodiek met gebruikers, beheerders en bestuur te evalueren en waar nodig bij te sturen.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Stimuleren en versterken van inwonersinitiatieven die bijdragen aan het versterken van de sociale cohesie en onderlinge betrokkenheid in de wijk of buurt. We benutten vooral de kracht van dorpsraden, buurtverenigingen en andere lokale verenigingen en werkgroepen die er al zijn. Signalen die we oppikken vanuit de samenleving verbinden we waar mogelijk aan (bestaande) initiatieven en samenwerkingspartners.
  2. Verminderen van het gevoel van eenzaamheid onder onze inwoners door in te blijven zetten op een lokale aanpak gericht op ontmoeting.
  3. Ondersteunen van verenigingen en vrijwilligers, met extra aandacht voor jongeren.
    • We versterken de inzet, betrokkenheid en tevredenheid van vrijwilligers door een aantrekkelijke, ondersteunende en waarderende vrijwilligersomgeving te creëren en uitvoering te geven aan het vrijwilligersuitvoeringsplan;
    • We hebben een toegankelijk en toekomstgericht subsidiebeleid, vereenvoudigde procedures en aanvullende ondersteuning voor verenigingen;
    • De jeugdcoach organiseert en stimuleert het organiseren van activiteiten voor en door jongeren.
  4. Een gemeente zijn waar iedereen erbij hoort, iedereen ertoe doet en iedereen mee moet kunnen doen naar eigen wens en vermogen, met voorzieningen die toegankelijk zijn en bestemd zijn voor diverse doelgroepen.\
    • We geven uitvoering aan de doelstellingen uit de Inclusieagenda Reusel-De Mierden;
    • We geven uitvoering aan het inburgeringsbeleid 'Thuis in de Kempen' door onder andere leerroutes en goede begeleiding te bieden aan inburgeraars.
  5. Iedere kern beschikt over een lokale ontmoetingsplek voor de inwoners, waarbij aandacht is voor participatie van alle doelgroepen en leeftijden.
    • We verlenen subsidie aan de stichtingen die de gemeenschapshuizen exploiteren;
    • We realiseren een nieuwe ontmoetingsruimte in Hulsel binnen het gebouw van de Clemensschool.

6.2 Opvang

  1. De opvang van urgente doelgroepen wordt, passend bij onze gemeente, volgens de landelijke wetgeving uitgevoerd. Daarbij geldt dat:
    • Transparante communicatie met inwoners essentieel is;
    • De opvang zorgvuldig en met oog voor leefbaarheid in de omgeving gebeurt.

Aangezien voor opvang een stevig maatschappelijk draagvlak vereist is, wil de gemeenteraad vooraf actief betrokken worden in het besluitvormingsproces. Daarnaast wil de gemeenteraad de mogelijkheid krijgen om wensen, bedenkingen en/of voorwaarden aan te geven over de op te stellen overeenkomst tussen gemeente en opvangorganisatie.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Realiseren van passende opvang voor urgente doelgroepen, met oog voor draagvlak en leefbaarheid, in afstemming met andere Kempengemeenten.
    • We zorgen voor een goede begeleiding van de ontheemden uit Oekraïne op onze opvang, waarbij we oog hebben voor het mentaal welbevinden van de bewoners;
    • We hebben een locatie aangeboden aan het COA voor de opvang van vluchtelingen. Samen met het COA, de gemeenteraad en de omgeving bekijken we of deze passend is.

6.3 Zorg en ondersteuning

  1. Zorg is toegankelijk, inwoners worden goed ondersteund en de samenwerking met partners is sterk ontwikkeld. Zorg en ondersteuning blijven dichtbij en mensgericht.
  2. Het Loket van A tot Z krijgt extra zichtbaarheid, zodat inwoners nog beter worden geïnformeerd over hoe zij hulp kunnen krijgen en welke vormen van ondersteuning er mogelijk zijn.
  3. Mantelzorgers en vrijwilligers vormen de sociale basis en krijgen ondersteuning en waardering.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Betaalbare, passende zorg en bescherming zo dicht mogelijk bij de eigen omgeving van de inwoner.
    • We geven uitvoering aan de projecten binnen de uitvoeringsplannen jeugd (uit het Kempisch MeerJarenBeleidsKader Jeugd 2026-2029), waarbij integraliteit binnen de domeinen veiligheid, gezondheid, onderwijs en Wmo een belangrijk aandachtspunt is;
    • We stimuleren zorgaanbieders om hun aanbod aan te laten sluiten op veranderende zorgvragen;
    • We geven uitvoering aan de Regiovisie Beschermd Wonen / Maatschappelijke opvang regio Eindhoven en het Actieplan Dakloosheid regio Eindhoven;
    • We zetten het maatwerkbudget in voor de vraagstukken die niet binnen de wettelijke kaders vallen;
    • We analyseren onze lokale zorg- en veiligheidsketen en versterken deze.
  2. Het Loket van A tot Z is toegankelijk, vindbaar en biedt kwalitatief goede ondersteuning.
    • Het loket is bekend bij inwoners door zichtbaar te zijn in de kernen en door informatie te delen via verschillende lokale en sociale media;
    • Het loket heeft korte lijntjes met zorgaanbieders en partners in het voorliggend veld om de juiste ondersteuning aan inwoners te bieden.
  3. We ondersteunen en waarderen onze mantelzorgers en vrijwilligers.
    • We continueren de jaarlijkse activiteiten en waardering voor onze mantelzorgers en zorgen ervoor dat mantelzorgers ons mantelzorgsteunpunt weten te vinden;
    • We geven uitvoering aan het vrijwilligersuitvoeringsplan (zie 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie).

6.4 Inkomensregelingen

  1. We investeren in bestaanszekerheid zodat iedereen volwaardig kan deelnemen aan de samenleving.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Iedereen werkt. Bij voorkeur in een reguliere betaalde baan. Indien dit niet mogelijk is, zorgen we voor een (tijdelijke) inkomensondersteuning.
    • We geven uitvoering aan het Taalakkoord Basisvaardigheden 2027-2030;
    • We zetten ons in voor leer-/ontwikkeltrajecten.
  2. Inwoners hebben grip op hun geldzaken en vinden tijdig de weg naar ondersteuning bij geldzorgen.
    • We zetten in op begrijpelijke communicatie, vroegsignalering, laagdrempelige ondersteuning en een nauwe samenwerking met maatschappelijke partners;
    • We ondersteunen minima en andere kwetsbare huishoudens bij het verkrijgen van een noodpakket (zie ook Programma 1. Veiligheid).

6.5 Toekomstbestendig sociaal domein

  1. Om het sociaal domein in de toekomst financieel houdbaar te houden, zetten we in op:
    • Een integrale toegang in het brede sociaal domein, zodat hulpvragen vanuit één gezamenlijke visie worden behandeld;
    • Preventie en vroegsignalering. Voorkomen is beter dan genezen;
    • Het bevorderen van participatie en zelfredzaamheid van inwoners;
    • Scherpe keuzes, minder bureaucratie en focus op wat wel werkt;
    • Regionale samenwerking alleen met voldoende lokale zeggenschap.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Realiseren van een integrale toegang en een stevig lokaal team door nog meer in te zetten op preventie, vroegsignalering, zelfredzaamheid en efficiëntere samenwerking binnen het sociaal domein. Op basis van deze maatschappelijke opgave doen we onderzoek naar de manier waarop we de integrale toegang en het stevige lokaal team binnen onze gemeente kunnen realiseren.

Programma 7. Volksgezondheid en milieu

7.1 Volksgezondheid

  1. We zorgen dat een gezonde generatie kan opgroeien in een gezonde leefomgeving met een sterk sociaal netwerk, met extra aandacht voor hun mentale gezondheid.
  2. We stimuleren de verplaatsing van milieuhinderlijke bedrijven waarvan door de omgeving overlast wordt ervaren.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Jongeren groeien gezond, veilig, kansrijk en weerbaar op, zodat escalatie naar zwaardere problematiek wordt voorkomen.
    • We zetten in op vroegsignalering van mentale problemen bij jongeren (binnen het onderwijs) via het project STORM;
    • We zetten meerdere (keten)aanpakken voort, waaronder Kansrijke Start (gericht op de eerste duizend dagen van een kind), Kind naar Gezond Gewicht (KnGG) en Opgroeien Kansrijke Omgeving (OKO) gericht op jongeren van 10 tot 18 jaar;
    • We stimuleren een gezonde leefstijl voor volwassenen, een goede mentale gezondheid en passend gebruik van zorg. De ketenaanpak Overgewicht & Obesitas en Welzijn op recept worden verankerd in onze gemeente;
    • Oudere inwoners worden in staat gesteld om zo lang mogelijk gezond en zelfstandig te kunnen blijven wonen. De ketenaanpak Valpreventie wordt doorontwikkeld en verankerd in onze gemeente.
  2. We zorgen voor een gezond leefklimaat in onze gemeente.
    • We blijven deelnemen aan het Schone Lucht Akkoord (SLA) en het Regionale Meetnet (ILM3.0) en willen aanhaken bij de landelijke doelstelling van het SLA: 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016, met bewustwording en gedragsverandering bij inwoners ten aanzien van luchtkwaliteit;
    • We zetten in op het intrekken van latente milieuruimte in omgevingsvergunningen, om te zorgen dat de feitelijke situatie aansluit bij de vergunde situatie ten behoeve van ruimtelijke en maatschappelijke opgaven binnen de gemeente;
    • We evalueren de Verordening geurhinder en veehouderij 2013 om de effecten van de geurnormen op de veehouderij in de gemeente aan te tonen in de afgelopen dertien jaar. Ook maken we een doorkijk naar de mogelijkheden om geurnormen aan te passen onder de Omgevingswet;
    • Waar mogelijk stimuleren we de verplaatsing of beëindiging van milieuhinderlijke bedrijven die in ernstige mate invloed hebben op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat van de omgeving, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen met maatschappelijke meerwaarde belemmeren.

7.2 Duurzaamheid, energie en klimaat

  1. We erkennen de noodzaak van verduurzamen en kiezen daarbij voor een realistische en haalbare aanpak, waarbij:
    • Energiebesparing prioriteit krijgt;
    • Lokale initiatieven en innovatieve oplossingen met betrekking tot energievoorziening (besparen, opwekken, delen, opslaan) de ruimte krijgen;
    • We terughoudend omgaan met nieuwe grootschalige opwek na afronding van lopende grote projecten, met uitzondering van geclusterd groengas.
  2. Energie die in onze gemeente wordt opgewekt dient bij voorkeur ook gebruikt te kunnen worden in onze eigen gemeente.
  3. Netcongestie is een landelijk vraagstuk en heeft een grote weerslag op ruimtelijke projecten en woningbouw. De gemeente faciliteert met voorrang infrastructurele maatregelen die hiervoor nodig zijn.
  4. Klimaatadaptatie (waterberging, hittestress, vergroening) krijgt structurele aandacht in de planvorming.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. We zetten energiebesparing centraal door isolatie, efficiënter energiegebruik en verduurzaming van woningen, maatschappelijk vastgoed en bedrijven te stimuleren.
    • We ondersteunen inwoners met informatie, begeleiding en waar mogelijk met subsidie op het gebied van het isoleren van hun woning;
    • We voldoen aan de wettelijke verplichtingen voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed en brengen de energie footprint (kWh) van straatverlichting en gemeentelijke accommodaties omlaag;
    • We staan open voor lokale en innovatieve energieoplossingen en nemen daarbij een faciliterende rol. Samen met de initiatiefnemers beoordelen we de haalbaarheid en meerwaarde voor onze gemeente;
    • Binnen de opgave voor duurzame energie-opwek resteert nog één lopend zonneparkinitiatief dat zorgvuldig wordt beoordeeld en, wanneer passend binnen de gestelde kaders, wordt vergund.
  2. We werken toe naar maximaal lokaal gebruik van lokaal opgewekte duurzame energie, zodat de energietransitie bijdraagt aan betaalbaarheid, leveringszekerheid en lokale meerwaarde.
    • We onderzoeken of een energiegemeenschap een mogelijk instrument is om de lokale energievoorziening gezamenlijk slimmer, betaalbaarder en toekomstbestendig te organiseren en welke rol de gemeente hierin kan spelen;
    • We onderzoeken de haalbaarheid van energiehubs op bedrijventerrein Kleine Hoeven I en II. Indien haalbaar, dan gaan we deze realiseren.
  3. Ondanks dat netcongestie een landelijk vraagstuk is, nemen wij lokaal verantwoordelijkheid door infrastructurele maatregelen met prioriteit te faciliteren. Dit zodat woningbouw, economische ontwikkeling en maatschappelijke voorzieningen doorgang kunnen krijgen.
    • De gemeente werkt nauw samen met netbeheerder Enexis en spant zich maximaal in voor de realisatie en versterking van zowel het laag- als middenspanningsnet;
    • Als gevolg van netcongestie is de beschikbare transportcapaciteit in de komende periode beperkt. Om in aanmerking te komen voor een netaansluiting, prioriteert de gemeente haar projecten conform het prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt (ACM);
    • De gemeente onderzoekt de wenselijkheid voor de aanschaf van een digitale tweeling (Digital Twin) van het lokale energiesysteem. Hiermee wordt realtime en voorspellend inzicht verkregen in de belasting van het elektriciteitsnet en de ontwikkeling van energieverbruik en -opwek. Hierdoor is het mogelijk om scenarioanalyses te maken en knelpunten in het elektriciteitsnet vroegtijdig inzichtelijk te maken.
  4. Klimaatrisico's zoals waterberging, hittestress, verdroging en vergroening worden geïntegreerd in planvorming binnen de fysieke leefomgeving om een toekomstgerichte en klimaatrobuuste inrichting van onze gemeente te waarborgen.
    • In zowel de Omgevingsvisie als het Omgevingsplan borgen we dat klimaatrisico's worden meegenomen, zodat klimaatbestendigheid een vast onderdeel wordt bij ruimtelijke plannen;
    • We voeren een meerjarig vervangingsprogramma van ons rioolstelsel uit waarbij rioolvervanging, klimaatadaptatie en herinrichting van de openbare ruimte zoveel mogelijk worden gecomineerd;
    • Bij elke reconstructie in de openbare ruimte benutten we meekoppelkansen om de buitenruimte klimaatadaptief in te richten en investeringen (zoals de aanleg van hemelwatersystemen) doelmatig te combineren met andere werkzaamheden;
    • Nieuwe ontwikkelingen tonen aan op welke wijze kansen voor waterberging, vergroening en een robuust watersysteem zijn benut en leveren hiermee een positieve bijdrage aan klimaatbestendigheid.

Programma 8. Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing

8.1 Ruimte en leefomgeving

  1. Ruimtelijke keuzes worden gemaakt op basis van:
    • Gedegen onderzoek naar haalbaarheid;
    • Aandacht voor water, natuur en bodem;
    • Financiële en juridische uitvoerbaarheid.
  2. We ontwikkelen met voorrang een gebiedsvisie voor Reusel-West, waarna een gedegen keuze over woningbouwlocaties kan worden gemaakt.
  3. Grote uitbreidingslocaties worden zorgvuldig gefaseerd, met aandacht voor bereikbaarheid, groen en voorzieningen.
  4. Participatie bij ruimtelijke plannen wordt op een verbindende manier volgens de visie 'Samen Doen!' vormgegeven.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Zorgvuldige en uitvoerbare ruimtelijke keuzes faciliteren en realiseren.
    • Projecten van derden, zoals Rogse Wieken (in uitvoering), Zwartven Hooge Mierde, Willibrordlaan Hulsel, Lindenhof, Hogeweg Lage Mierde, Wagricom, Busseltje, Schoolstraat, Elsom Reusel;
    • We gaan aan de slag met de woonwijk Braaksche Akkers in Reusel;
    • We gaan aan de slag met de woonwijk Hasselt III in Lage Mierde;
    • We schakelen het Realisatiebedrijf MRE in voor lokale ondersteuning van de versnelling in de regionale woningbouwopgave;
    • Bij planvorming bekijken we of er financiële mogelijkheden vanuit het convenant Beethoven zijn om de woningbouw te versnellen.
  2. We stellen een integrale gebiedsvisie voor Reusel-West op.
  3. De verkenning woningbouwlocaties Reusel-De Mierden (2025) wordt onderdeel van de Omgevingsvisie en wordt gebruikt als sturingsmechanisme voor kansrijke locaties. We monitoren woningproductie, woningvoorraad en gerelateerde statistieken om gefaseerd en evenwichtig uitbreidingslocaties te ontwikkelen.
  4. We voeren bij ruimtelijke plannen een actieve dialoog met inwoners en maken daarbij gebruik van passende vormen van participatie.

8.2 Grondexploitatie

  1. De gemeente voert een actieve, maar nuchtere grondpolitiek. Waar nodig nemen we een faciliterende rol op ons.
  2. We differentiëren marktconforme grondprijzen naar gelang kavelgrootte en het voorzieningenniveau van een kern.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Ten behoeve van het maatschappelijke resultaat wordt een actieve en nuchtere grondpolitiek gevoerd om gewenste initiatieven mogelijk te maken.
    • We werken conform de nota grondbeleid, waarin duidelijkheid is gegeven over wanneer we wel en niet actief grond kopen, tegen welk budget en welke risico's en welke grondinstrumenten we kunnen inzetten;
    • De gemeente koopt gericht gronden aan, hanteert een strakke risicobeheersing en gaat niet speculeren. De gemeente regisseert middels een sluitende grondexploitatie (GREX), waarbij financiële en operationele buffers worden ingebouwd;
    • We stellen een nota pachtbeleid op waarin de nadruk ligt op het duurzaam gebruik van onze gronden.
  2. We geven uitvoering aan het vastgestelde grondbeleid. Er worden marktconforme en gedifferentieerde grondprijzen gehanteerd, die aansluiten bij kavelgrootte en voorzieningenniveau.

8.3 Wonen en bouwen

  1. Vanuit de schaalsprong en de ontwikkelstrategie wil onze gemeente circa 1.500 woningen bouwen vóór 2040. Deze woningbouwversnelling kan alleen gehaald worden als we hieraan prioriteit geven. We bouwen in allevier de kernen, met respect voor het dorpse karakter.
  2. We staan positief tegenover initiatieven die bijdragen aan het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. Daarbij denken we aan:
    • Herbestemming;
    • (Pré-)mantelzorgwoningen;
    • Tijdelijke bewoning bijgebouw, meergeneratiewonen en inwonen.
  3. We staan positief tegenover initiatieven om te komen tot nieuwbouw. Daarbij denken we aan:
    • Inbreiding;
    • Levensloopbestendig wonen;
    • CPO-initiatieven (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap).
  4. Sociale en betaalbare woningen zijn structureel onderdeel van de woningbouwopgave, met maatwerk waar nodig om projecten haalbaar te houden.
  5. We stimuleren de samenwerking tussen woningcorporaties en zorginstellingen om woningbouw en zorg te combineren.
  6. We onderzoeken de mogelijkheid van welstandsluw bouwen.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Prioriteit geven aan de woningbouwopgave en daarbij woningen bouwen in alle kernen met behoud van het dorpse karakter. We hebben de doelstelling om vanaf 2024 circa 1.500 woningen te realiseren vóór 2040 en voor elke kern een eigen woningbouwplan op te stellen. De opbrengst van de gesprekken in het kader van de Omgevingsvisie Reusel-De Mierden passen we toe bij deze gebiedsontwikkelingen.
  2. We ontwikkelen beleid voor het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. 
  3. We bieden ruimte aan verschillende woonvormen en stimuleren van passende (nieuwbouw-)initiatieven die bijdragen aan diverse woonmogelijkheden.
  4. Structureel realiseren van voldoende sociale en betaalbare woningen binnen de woningbouwopgave. We geven uitvoering aan de vastgestelde Kempische visie op Wonen 2024-2028 en hanteren het vastgestelde woningbouwprogramma (30% sociale huur, 2/3 betaalbaar en 1/3 vrij) om woningen voor elke doelgroep te bouwen. Nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen aan het woningbouwprogramma, met daarbij als uitgangspunt dat sociale huurwoningen worden geëxploiteerd door een toegelaten instelling (woningcorporatie).
  5. Versterken van de samenwerking tussen woningcorporaties en zorginstellingen om wonen en zorg te combineren. De urgentieregeling uit de Wet versterking regie volkshuisvesting wordt geïntegreerd in de nieuwe huisvestingsverordening.
  6. We onderzoeken alternatieve en lichtere vormen voor welstand, zoals een dorpsbouwmeester, om het vergunningenproces te versnellen en administratieve lasten te verminderen.

8.4 Buitengebied

  1. Het buitengebied blijft een kernkwaliteit van de gemeente. We zetten in op:
    • Behoud van een vitale agrarische sector, waarbij we rekening houden met landelijke en provinciale regels en extra regels willen voorkomen;
    • Ruimte voor innovatie en verbreding;
    • Recreatief medegebruik waar dit past in de omgeving;
    • Fatsoenlijke gecentraliseerde huisvesting van arbeidsmigranten die in onze gemeente werken;
    • Om zorgvuldige herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing te waarborgen, worden de huidige kaders tegen het licht gehouden en waar nodig herzien.
  2. Goede landschappelijke inpassing is een vaste randvoorwaarde bij ontwikkelingen en moet zowel publiek- als privaatrechtelijk worden geborgd.

Wat willen we bereiken en hoe gaan we dit doen?

  1. Behouden en versterken van het buitengebied als kernkwaliteit van onze gemeente. We blijven inzetten op het faciliteren en het toepassen van maatwerk bij initiatieven in het buitengebied om hiermee te zorgen voor zorgvuldige en toekomstbestendige herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing.
  2. Goede landschappelijke inpassing en het toezicht en de naleving van anterieure overeenkomsten, waar nodig, juridisch borgen. We heroverwegen de handhavingsprioritering omdat de overheid het privaatrecht niet mag gebruiken als de wetgever hiervoor de publiekrechtelijke weg heeft bedoeld.